vrijdag 2 april 2010

Strandwandeling

Er stond een straffe noorderwind bij een strakblauwe lucht tijdens het lopen aan zee. We liepen met z’n drieën, mijn vriendin Ange, Kyra - de Hollandse herder - en ik. Kyra begon last te krijgen van haar ogen door het opstuivende zand. We beëindigden de wandeling en besloten poffertjes te gaan eten om geen lege maag te hebben tijdens het volgende onderdeel van de dag. We gingen de - prachtig onderaan de duinen gelegen - begraafplaats in Schoorl bezoeken. Het lag er beschut, stil en mooi in het late zonlicht. Er was niemand - dachten we - totdat
we op een afstand iemand ontdekten die roerloos bij een graf stond. Het was een grote zwarte man. Wij bleven kalm en langzaam langs de grafzerken lopen. En zo naderden we de man die stond te bidden, tenminste... we hoorden hem zachtjes prevelen. Af en toe ging zijn hoofd achterover en keek hij recht de lucht in. Opeens draaide hij zich om en keek ons vol aan, een en al warme uitstraling. Hij vroeg ons wat we hier deden. Ange vertelde hem dat we keken of er een aardige plek zou zijn... Hij toonde zich verbaasd, wie dacht daar nu aan? Mensen zijn doorgaans toch bang voor de dood? Er ontstond een gesprek over het menselijk bestaan in verband met de goddelijkheid. Over vreugde en verdriet. Het verdriet was zichtbaar en voelbaar... ‘Maar...’ zei hij. ‘We hebben tot taak om te genieten van het leven en goede gedachten te koesteren’. Hij raakte ons even aan. Stak een pijpje op, blies een wolkje om zich heen en verdween op zijn fiets. In de avond zag ik een overlijdensadvertentie met de tekst: ‘Daarom lijkt het me het beste dat de mens vrolijk is en geniet van het leven. Want als hij eet en drinkt en plezier heeft van zijn werk is dat een geschenk aan God’. (Prediker 3:12,13) Precies de boodschap van onze zwarte engel! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten